Watergruwel ontstond in een tijd waarin mensen zuinig moesten omgaan met voedsel. Luxe ingrediënten waren lang niet altijd beschikbaar, waardoor gezinnen creatief werden met wat de voorraadkast bood.
Gort was goedkoop, lang houdbaar en voedzaam. Rozijnen en krenten konden maanden worden bewaard zonder te bederven. Een beetje bessensap of zelfgemaakte siroop gaf kleur, smaak en een feestelijk tintje aan een verder eenvoudig gerecht.
Voor boerengezinnen vormde watergruwel een ideale maaltijd of nagerecht. Het vulde goed, was betaalbaar en kon eenvoudig voor een groot gezin worden bereid.
Juist deze eenvoud maakte het gerecht jarenlang populair.
Een vaste waarde in de Nederlandse keuken
In de negentiende en het begin van de twintigste eeuw behoorde gort tot de meest gebruikte basisproducten in Nederlandse huishoudens.
Net zoals aardappelen vrijwel dagelijks op tafel verschenen, werd ook gort regelmatig verwerkt in soepen, papgerechten en nagerechten.
Toen bessensiroop en vruchtensap gemakkelijker verkrijgbaar werden, kreeg watergruwel zijn bekende dieprode kleur. Dat maakte het gerecht niet alleen smakelijker, maar ook aantrekkelijker om te serveren.
In veel gezinnen hoorde watergruwel bij de vertrouwde recepten die telkens opnieuw werden gemaakt zonder dat iemand een kookboek nodig had.
Zo maak je zelf watergruwel
Het bereiden van watergruwel vraagt geen ingewikkelde kooktechnieken. Wel is geduld belangrijk.
Spoel de gort eerst goed af en kook deze vervolgens rustig gaar in water met een klein beetje zout. Afhankelijk van de soort gort duurt dit ongeveer een half uur tot drie kwartier.
Wanneer de korrels zacht zijn, voeg je rozijnen of krenten toe, gevolgd door rood bessensap of een andere fruitige siroop.
Laat alles daarna nog rustig doorkoken totdat een mooie, licht gebonden pap ontstaat.
Veel mensen voegen op het einde nog een beetje kaneel toe voor extra warmte in de smaak.
Wie van een romiger dessert houdt, serveert watergruwel met:
- koude melk;
- vanillevla;
- een scheutje room;
- een lepel slagroom.
Ook koud uit de koelkast is het verrassend lekker. Dan krijgt het bijna de structuur van een stevige pudding.