Hoe het wel moet
De juiste manier is verrassend eenvoudig. Het komt neer op één principe: recht knippen, niet rond. Dit zijn de stappen die pedicures over het algemeen aanraden:
- Knip je teennagel recht over, dus niet in een boog.
- Volg de natuurlijke vorm van je teen, maar laat de hoekjes net iets uitsteken boven de huid.
- Knip niet te kort. Je nagel mag de rand van je teen nog net bedekken.
- Maak de scherpe randjes daarna glad met een nagelvijl, zodat er niets blijft haken aan je sok.
Door de hoekjes te laten zitten, groeit de nagel netjes over de huid heen in plaats van erin. Daarmee voorkom je het grootste deel van de problemen die mensen met hun teennagels ervaren.
De timing maakt ook uit
Een paar kleine details kunnen het verschil nog groter maken. Knip je nagels het beste vlak na het douchen of een warm voetenbad. Ze zijn dan zachter, splijten minder snel en je hebt minder kracht nodig om er netjes doorheen te komen.
Gebruik daarbij een echte teennagelknipper, geen schaar of vingernagelknipper. Die laatste twee zijn vaak te klein, knippen automatisch in een boog en geven je weinig controle over de hoekjes. Een goede teennagelknipper heeft een rechte of licht gebogen bek die juist gemaakt is voor deze techniek.
Maak je knipper regelmatig schoon, zeker als je last hebt of hebt gehad van schimmel of een ontsteking. Een vuile knipper kan een infectie zo van de ene nagel naar de andere overbrengen.
Waarom het zo’n verschil maakt
Een ingegroeide teennagel klinkt onschuldig, maar het is een aandoening die bij honderdduizenden Nederlanders speelt. In milde vorm geeft het alleen wat irritatie, maar als het ontsteekt kan het echt pijnlijk worden. Sommige mensen lopen er weken mee rond voordat ze hulp zoeken, simpelweg omdat ze denken dat het vanzelf overgaat.