Instinct speelt een grote rol
In het wild drinken katten bij voorkeur uit beekjes of druppelende bronnen. Stromend water is minder snel vervuild en bevat minder bacteriën. Huiskatten hebben dat instinct nog steeds. Zelfs als een kat nooit buiten komt, blijft dat natuurlijke gevoel aanwezig. Het geluid van stromend water triggert hun interesse en maakt dat ze er naartoe gaan.
Katten ruiken bovendien beter dan wij. Een drinkbakje dat voor ons neutraal ruikt, kan voor hen een lichte geur van schoonmaakmiddel of ander materiaal bevatten. Dat maakt stromend water aantrekkelijker omdat het frisser lijkt. Ook kunnen sommige katten het niet prettig vinden dat hun snorharen de randen van een bakje raken. Een kraan biedt dan meer ruimte en comfort.
Daarnaast speelt temperatuur mee. Water uit de kraan is vaak iets koeler dan water dat in een bakje staat. Katten drinken graag koel water omdat het verfrissend aanvoelt. Zeker in een warme woning zoeken ze daardoor sneller naar een kraan. Sommige katten leren ook dat ze aandacht krijgen wanneer ze bij de kraan gaan zitten. Daardoor wordt het gedrag vanzelf beloond.