Het bleek dat Walter zorgvuldig elke uitgave die ik tijdens zijn ziekte had gedaan had gedocumenteerd – medische rekeningen, zorgkosten, reizen en apparatuur – en zijn advocaat opdracht had gegeven mij volledig terug te betalen. Hij had ook een persoonlijke brief achtergelaten waarin hij mijn opofferingen erkende en mijn liefde voor hem verdedigde.
In zijn brief maakte Walter duidelijk dat ik voor hem had gezorgd toen anderen dat niet deden, en dat mijn liefde nooit om geld draaide. Hij schreef dat hoewel zijn fortuin naar zijn kinderen zou gaan, ik niet alleen met de financiële last van zijn ziekte zou blijven zitten.
Toen Adam en Madison het bewijsmateriaal zagen, waren ze geschokt te ontdekken hoeveel ik persoonlijk had uitgegeven en opgeofferd. Voor het eerst beseften ze de waarheid over mijn rol in Walters laatste jaren.
Madison bood uiteindelijk haar excuses aan en gaf toe dat ze het verkeerd had begrepen en haar eigen gevoelens op mij had geprojecteerd. Adam bleef defensief, maar de feiten zoals die in de documentatie stonden, waren onontkenbaar.
Uiteindelijk ontving ik de vergoeding die Walter had geregeld, niet als erfenis, maar als erkenning. Ik hield wat ik nodig had, schonk een deel aan de palliatieve zorg en liet eindelijk de behoefte los om mijn huwelijk te rechtvaardigen.
Walter had me geen fortuin nagelaten. Hij had me iets veel belangrijkers nagelaten: het bewijs dat mijn liefde en opofferingen gezien, gewaardeerd en nooit vergeten waren.