Overactieve blaas: wanneer je lichaam je een stille boodschap stuurt
Raadpleeg een arts wanneer vaak plassen gepaard gaat met:
- extreme dorst;
- ongewone vermoeidheid;
- onverklaarbaar gewichtsverlies;
- pijn of branderigheid bij het plassen;
- bloed in de urine;
- koorts of rillingen;
- rug- of flankpijn;
- schuimende urine;
- sterk ruikende of troebele urine;
- urineverlies;
- nachtelijk plassen dat je slaap ernstig verstoort;
- een zwakke straal of moeite met plassen;
- het gevoel dat de blaas niet leeg raakt.
Wacht vooral niet bij koorts, hevige pijn, bloed in de urine of rugpijn. Dat zijn signalen die sneller beoordeeld moeten worden.
Wat kun je zelf bijhouden?
Een plasdagboek kan veel duidelijkheid geven. Noteer enkele dagen:
- hoeveel je drinkt;
- wat je drinkt;
- hoe vaak je plast;
- of het om kleine of grote hoeveelheden gaat;
- of je pijn of aandrang hebt;
- hoe vaak je ’s nachts wakker wordt;
- welke medicijnen je gebruikt;
- of er stressmomenten zijn.
Deze informatie helpt jezelf én je arts. Zonder gegevens blijft het vaak gissen. Met een duidelijk patroon wordt de oorzaak sneller zichtbaar.