Voor ongeveer 18 tot 22 appelslakjes heb je nodig:
Voor het deeg
- 3 tot 4 eetlepels naturel yoghurt;
- 80 gram suiker;
- 1 ei;
- 220 gram boter, zacht;
- 180 ml melk;
- een snufje zout;
- 1 blokje verse gist;
- 1 zakje bakpoeder;
- 650 gram bloem.
Voor de vulling en topping
- 130 gram boter;
- 5 appels;
- 1 zakje vanillesuiker.
Voor de decoratie
- suiker naar smaak;
- 15 gram kaneel.
Over de ingrediënten
Bloem
Gewone tarwebloem werkt goed voor dit recept. De bloem vormt de basis van het gistdeeg. Ze zorgt voor stevigheid, structuur en elasticiteit.
Verse gist
Verse gist laat het deeg rijzen en geeft de appelslakjes hun luchtige structuur. Zorg dat de melk lauwwarm is, niet heet. Te hete melk kan de gist beschadigen.
Bakpoeder
Naast gist wordt ook bakpoeder gebruikt. Dit helpt het deeg extra zacht en luchtig te maken.
Yoghurt
Naturel yoghurt maakt het deeg malser en geeft een lichte frisheid. Gebruik geen gezoete yoghurt, omdat het deeg dan te zoet kan worden.
Boter
Boter wordt zowel in het deeg als in de vulling gebruikt. Ze geeft smaak, zachtheid en een rijke structuur. Gebruik bij voorkeur ongezouten boter, zodat je zelf de hoeveelheid zout kunt bepalen.
Appels
Voor appelslakjes kun je het best appels gebruiken die tijdens het bakken niet helemaal uit elkaar vallen. Geschikte soorten zijn bijvoorbeeld Elstar, Jonagold, Boskoop, Cox, Goudreinet of Braeburn. Een lichtzure appel geeft het mooiste evenwicht met de zoete deegrolletjes.
Kaneel
Kaneel past perfect bij appels. Samen met suiker zorgt het voor een warme, klassieke smaak.
Stap 1 – De gist activeren
Verwarm de melk tot deze lauwwarm is. De melk mag niet heet aanvoelen, maar slechts licht warm.
Doe een theelepel suiker in de melk.
Verkruimel de verse gist erboven en roer tot de gist is opgelost.
Laat dit mengsel ongeveer 10 minuten staan.
Als de gist actief is, zie je dat het mengsel licht begint te schuimen of borrelen.
Stap 2 – Boter en suiker romig kloppen
Doe de zachte boter in een grote mengkom.
Voeg de suiker en een snufje zout toe.
Klop dit mengsel romig met een mixer of houten lepel.
Voeg daarna het ei toe en meng goed door.
Roer vervolgens de yoghurt erdoor.
Het mengsel hoeft niet volledig glad te zijn, maar de ingrediënten moeten goed verdeeld zijn.
Stap 3 – Bloem en bakpoeder mengen
Doe de bloem in een aparte kom.
Meng het bakpoeder door de bloem.
Door het bakpoeder eerst met de bloem te mengen, wordt het gelijkmatig verdeeld in het deeg.
Stap 4 – Het deeg kneden
Voeg afwisselend een deel van de bloem en een deel van het gist-melkmengsel toe aan het botermengsel.
Kneed ondertussen rustig door.
Ga door tot alle bloem en alle melk zijn opgenomen.
Kneed het deeg daarna met de hand nog enkele minuten op een licht bebloemd werkvlak.
Het deeg moet glad, soepel en elastisch worden.
Als het deeg te plakkerig is, voeg dan een klein beetje extra bloem toe. Voeg niet te veel toe, want dan kunnen de appelslakjes droog worden.
Stap 5 – Het deeg laten rijzen
Vorm het deeg tot een bal.
Leg het in een licht bebloemde of ingevette kom.
Dek de kom af met een schone theedoek.
Laat het deeg ongeveer 50 minuten rijzen op een warme, tochtvrije plek.
Het deeg moet zichtbaar groter en luchtiger worden.
Een goede rijstijd zorgt ervoor dat de appelslakjes straks zacht en luchtig zijn.
Stap 6 – De appels voorbereiden
Was de appels goed.
Schil ze indien gewenst. Voor een zachtere vulling is schillen aan te raden.
Verwijder het klokhuis.
Snijd de appels in kleine blokjes.
Maak de blokjes niet te groot, anders wordt het oprollen lastiger en kunnen de slakjes ongelijk bakken.
Wil je voorkomen dat de appels verkleuren, dan kun je ze besprenkelen met een paar druppels citroensap.
Stap 7 – De boter smelten
Smelt 130 gram boter in een klein pannetje op laag vuur.
Laat de boter niet bruin worden.
Haal van het vuur zodra de boter vloeibaar is.
Een deel van deze boter gebruik je om het deeg te bestrijken. De rest kun je later gebruiken voor de afwerking.
Stap 8 – Het deeg uitrollen
Bestuif je werkblad licht met bloem.
Leg het gerezen deeg erop.
Rol het deeg uit tot een grote rechthoek.
Probeer het deeg overal ongeveer even dik te maken.
Een dikte van ongeveer een halve centimeter is ideaal.
Als het deeg terugveert, laat het dan 5 minuten rusten en rol daarna verder.
Stap 9 – De vulling verdelen
Bestrijk het uitgerolde deeg royaal met gesmolten boter.
Verdeel de appelblokjes gelijkmatig over het deeg.
Strooi de vanillesuiker over de appels.
Meng in een kommetje suiker met kaneel en strooi eventueel al een deel hiervan over de appels.
De combinatie van boter, appel, vanille en kaneel zorgt voor een zachte, geurige vulling.
Stap 10 – Het deeg oprollen
Rol het deeg vanaf de lange kant strak op.
Werk rustig en gelijkmatig.
Druk niet te hard, anders duw je de appelvulling eruit.
Zorg dat de naad aan de onderkant komt te liggen.
Zo blijft de rol beter gesloten tijdens het snijden.
Stap 11 – Plakken snijden
Snijd de rol in plakken van ongeveer 3 centimeter dik.
Gebruik een scherp mes.
Je kunt het mes tussendoor schoonmaken als er appel of deeg aan blijft plakken.
Leg de plakken voorzichtig op een bakplaat met bakpapier.
Laat wat ruimte tussen de slakjes, want ze zetten tijdens het bakken nog iets uit.