Want nu was het mijn beurt om te spreken.
Ik ging achter de microfoon staan.
Mijn handen trilden lichtjes.
Ik keek de zaal rond tot mijn ogen mijn moeder op de achterste rij vonden.
Ze huilde, maar bleef glimlachen.
‘Goedemiddag,’ begon ik.
�Ik wil mijn leraren, mijn klasgenoten en alle ouders die vandaag aanwezig zijn bedanken.
Maar bovenal wil ik iemand bedanken om wie velen van jullie jarenlang hebben gelachen: mijn moeder, de vrouw die de schooltoiletten schoonmaakt.
De hele sporthal werd muisstil.
Sommige mensen schoven ongemakkelijk heen en weer op hun stoel.
‘Ja,’ vervolgde ik, mijn stem nu kalm en beheerst.
�Zij is de vrouw die je elke dag in de gangen ziet met een dweil en een emmer.�