De laatste keer dat ik mijn eerste liefde zag, was op mijn zeventiende verjaardag. Dertig jaar later liep een vrouw die sprekend op haar leek mijn tuin in.

Dertig jaar lang haatte ik mijn verjaardag. Het was de dag waarop mijn eerste liefde stierf. Althans, dat dacht ik. Toen kwam er een jonge vrouw die sprekend op Lily leek mijn tuin in met een video, en binnen enkele seconden begon het leven waar ik decennia lang om had gerouwd, in elkaar te storten.

Ik ben vorige week 47 geworden, en al dertig jaar houd ik mezelf op mijn verjaardag bezig.

Het gazon maaien om zes uur ‘s ochtends. De dakgoten schoonmaken. De garage organiseren volgens een systeem dat niemand anders dan ik zou begrijpen.

Alles met een motor, een takenlijst of genoeg lawaai om een ​​hoofd te vullen dat anders ergens terecht zou komen waar ik het niet wil hebben.

Haar naam was Lily.

We waren zeventien, zo’n hechte band die volwassenen met een licht bezorgde blik gadeslaan en afdoen als een « fase ».

We laten ze dat denken.