Mensen die in de jaren zeventig opgroeiden, hoeven het geluid maar één keer te horen om direct terug te worden gebracht naar hun jeugd.
Op schoolpleinen.
In speeltuinen.
Op straat.
Overal klonk hetzelfde ritmische getik.
Voor ouders was het soms minder geliefd. Het voortdurende geklik en geklak kon behoorlijk luid zijn, zeker wanneer tientallen kinderen tegelijk bezig waren.
Toch hoorde het simpelweg bij die tijd.
Een ware rage
De populariteit van de klikklak verspreidde zich razendsnel.
Binnen enkele maanden leek iedereen er één te hebben.
Kinderen daagden elkaar uit met allerlei wedstrijden:
- Wie het langst kon doorgaan
- Wie het hoogste tempo behaalde
- Wie de meeste tikken achter elkaar kon maken
- Wie de moeilijkste trucs beheerste
De klikklak werd een sociaal fenomeen.
Je was niet zomaar aan het spelen; je was bezig met trainen, oefenen en beter worden dan je vrienden.
Niet zonder risico
Hoewel de klikklak veel plezier bracht, kende het speeltje ook een minder prettige kant.
De harde kunststof ballen konden flink pijn doen wanneer het ritme mislukte.
Veel kinderen herinneren zich nog:
- Blauwe plekken op de polsen
- Pijnlijke knokkels
- Gevoelige vingers
Een verkeerde beweging was voldoende om de ballen met volle snelheid tegen je hand te laten slaan.
Dat hoorde er volgens veel kinderen gewoon bij.