Vraag iemand die opgroeide in de jaren zeventig naar het speelgoed van zijn jeugd, en de kans is groot dat één naam onmiddellijk naar boven komt: de klikklak. Het was een eenvoudig speeltje dat bestond uit twee harde kunststof ballen aan een koord, maar het groeide uit tot een ware rage die schoolpleinen, straten en speeltuinen veroverde. Het karakteristieke tikken van de ballen was overal te horen en werd al snel het geluid van een generatie.
Voor kinderen van toen was de klikklak veel meer dan zomaar speelgoed. Het was een uitdaging, een wedstrijd en een manier om indruk te maken op vrienden. Iedereen wilde de snelste zijn, de langste reeks halen of de meest indrukwekkende trucs uitvoeren. Hoewel de hype uiteindelijk relatief kort duurde, leeft de herinnering eraan nog altijd voort.
Een speeltje dat eenvoud uitstraalde
Wat de klikklak zo bijzonder maakte, was juist zijn eenvoud.
Het ontwerp bestond uit:
- Twee harde kunststof ballen
- Een stevig koord
- Een klein handgreepje in het midden
Meer was er niet nodig.
Toch bleek dit simpele ontwerp voldoende om duizenden kinderen urenlang bezig te houden. In een tijd zonder smartphones, tablets en videogames waren kinderen voortdurend op zoek naar nieuwe manieren om zichzelf te vermaken. De klikklak bood precies dat.
Hoe werkte een klikklak?
Voor wie het nooit heeft meegemaakt, lijkt het misschien een eenvoudig speeltje. In werkelijkheid vergde het behoorlijk wat oefening.
Je hield het handvat tussen duim en wijsvinger vast.
Vervolgens maakte je een ritmische op- en neergaande beweging met je pols.
Hierdoor begonnen de kunststof ballen rond te draaien.
Wanneer je het juiste ritme vond, tikten de ballen boven en onder je hand tegen elkaar.
Dat veroorzaakte het bekende geluid:
Klik.
Klok.
Klik.
Klok.
Hoe sneller je bewoog, hoe sneller de ballen tegen elkaar sloegen.
En precies daar begon de uitdaging.
Het geluid dat iedereen herkende