Elke ochtend, zodra hij de slagerij in de buurt opende, kwam een oude vrouw genaamd Lidia haastig binnen en vroeg om hetzelfde: zestig kilo rundvlees. Ovidiu, de slager, kende haar al jaren als een bescheiden vrouw die zelden kleine porties voor zichzelf kocht. Nu ze met verfrommelde biljetten, trillende handen en zware tassen rondliep, stond hij perplex.
De eerste keer legde Lidia uit dat haar zoon op bezoek was gekomen en dat hij een heerlijke familiemaaltijd aan het voorbereiden was. Ovidiu knikte, maar diezelfde middag hoorde hij iets wat hem de rillingen over de rug deed lopen: Lydia’s zoon was jaren geleden overleden. Voor wie was al dat vlees dan?
Steeds vreemder gedrag.
De volgende dag kwam de oude vrouw terug en vroeg opnieuw om zestig kilo. En nog eens. En nog eens. Hij vermeed elk gesprek, weigerde elke hulp en keek steeds over zijn schouder voordat hij de winkel verliet, alsof hij bang was gevolgd te worden. Ovidiu besloot uit te zoeken wat er aan de hand was en volgde haar op een ochtend op afstand.
Lidia laadde de pakketten in een oude kar en reed naar de verlaten industriegebouwen aan de rand van de stad. Hij liep door een paar roestige deuren en verdween naar binnen. Bijna een uur later kwam hij naar buiten met een volledig lege kar.
Diezelfde nacht ontdekte de slager het opnieuw, dit keer naast de afvalbakken voor recycling. De oude vrouw verzamelde karton, flessen en stukjes metaal en bewaarde zorgvuldig de paar muntjes die ze kreeg. De volgende ochtend plaatste ik echter dezelfde gigantische bestelling vlees.
Geruchten en de klacht
Buren begonnen hun vreemde rondleidingen op te merken. Geruchten namen toe en verschillende mensen belden de politie, gealarmeerd door wat er zich mogelijk binnen in het verlaten schip afspeelde. Toen de agenten kwamen inspecteren, ging Lidia voor de poort staan en weigerde pertinent hen binnen te laten.
Van binnen klonk een doffe klap, gevolgd door een snel geluid, als van beweging. De vrouw werd bleek en klemde zich nog steviger vast aan het slot. Een agent trok voorzichtig zijn hand weg, een andere scheen met zijn zaklamp op de opening. Toen het slot losliet en de roestige deuren met een piepend geluid opengingen, zetten de agenten een paar stappen de duisternis in… en stonden sprakeloos.
Wat bevond zich in het schip?
Bronnentaalkunde
De lantaarns verlichtten tientallen ogen die in de schemering schitterden. Het waren geen mensen. Het waren honden. Heel veel honden. Sommige mager, andere gewond, een aantal oud en nauwelijks in staat om te staan. Tussen hen liepen ook katten en, in een hoek, twee kleine, angstige herten die iemand enige tijd geleden had gered.
Zie meer
Trucs, Keuken,
Schema en kalenders,
Vlees.
Niemand toonde agressie. Toen Lydia binnenkwam, begon iedereen met zijn staart te zwaaien en haar te naderen.