Wanneer er te weinig dopamine wordt aangemaakt, raken die signalen verstoord. Daardoor wordt het voor het lichaam steeds moeilijker om soepele, gecontroleerde bewegingen te maken. Dit veroorzaakt de typische verschijnselen van Parkinson, zoals trillen, stijfheid en traagheid in bewegingen.
De ziekte komt vooral voor bij mensen ouder dan 60 jaar, maar ook jongere mensen kunnen Parkinson krijgen. Er bestaat zelfs een vorm die “jong begin” wordt genoemd, waarbij de ziekte al voor het 50e levensjaar ontstaat.
Parkinson is progressief, wat betekent dat de klachten in de loop der tijd verergeren. Toch verloopt het proces bij iedereen anders: bij sommige mensen gaat het langzaam, terwijl anderen sneller achteruitgaan.
Oorzaken en risicofactoren
De precieze oorzaak van de ziekte van Parkinson is nog niet bekend. Wel weten onderzoekers dat het afsterven van dopamineproducerende cellen een centrale rol speelt. Waarom dit gebeurt, is niet helemaal duidelijk. Waarschijnlijk gaat het om een combinatie van erfelijke en omgevingsfactoren.
Bij sommige mensen speelt erfelijkheid een rol, vooral als er meerdere familieleden Parkinson hebben. Toch is dat zeldzaam: de meeste mensen met Parkinson hebben geen erfelijke aanleg.
Ook omgevingsfactoren lijken invloed te hebben. Zo is er onderzoek dat laat zien dat blootstelling aan bepaalde pesticiden of zware metalen het risico kan verhogen. Daarnaast kunnen hoofdletsel, stress, en veroudering bijdragen aan veranderingen in de hersenen die Parkinson in de hand werken.
Wat verder opvalt, is dat mannen iets vaker Parkinson krijgen dan vrouwen. Ook is het risico groter bij mensen die jarenlang in contact zijn geweest met giftige stoffen of die in landbouwgebieden hebben gewerkt.
Gevolgen van Parkinson
De ziekte van Parkinson heeft gevolgen die verder gaan dan alleen lichamelijke klachten. In het begin gaat het meestal om subtiele veranderingen in motoriek, maar na verloop van tijd kunnen ook andere functies worden aangetast.
Lichamelijk gezien ontstaan er vaak problemen met lopen, balans en coördinatie. Ook dagelijkse handelingen zoals aankleden, schrijven of eten kunnen moeilijker worden. Spieren kunnen stijf aanvoelen en bewegingen worden trager.
Daarnaast zijn er niet-motorische klachten die vaak minder snel herkend worden, maar wel veel invloed hebben. Denk aan vermoeidheid, slaapproblemen, stemmingswisselingen, geheugenproblemen en obstipatie. Sommige mensen ontwikkelen in een later stadium ook spraakproblemen of slikproblemen.
Psychisch gezien kan Parkinson zwaar zijn. Mensen voelen zich soms gefrustreerd of neerslachtig door de toenemende beperkingen. Angst en somberheid komen regelmatig voor, vooral als de ziekte invloed krijgt op werk, hobby’s of sociale contacten.
De eerste tekenen van Parkinson
De eerste tekenen van Parkinson zijn vaak zo subtiel dat ze makkelijk over het hoofd worden gezien. Veel mensen denken in het begin dat hun klachten te maken hebben met stress, ouderdom of vermoeidheid. Toch zijn er een aantal signalen die kunnen wijzen op het begin van de ziekte.
Een van de bekendste vroege symptomen is trillen. Vaak begint dit aan één kant van het lichaam, bijvoorbeeld in een hand of arm. Het trillen gebeurt meestal in rust en verdwijnt tijdelijk wanneer je de hand bewust beweegt.