In totaal kwamen in 2025 ongeveer 155.600 mensen op enig moment of structureel bij de voedselbank terecht voor hun wekelijkse boodschappen. Dat is een stijging van zo’n 7,5 procent ten opzichte van het jaar ervoor.
In het rapport wordt gesproken over een gevoel van “ingehouden trots”: trots omdat duizenden vrijwilligers dagelijks klaarstaan om mensen te helpen, maar ingehouden omdat het feit dat dit nodig is juist laat zien dat de problemen groter worden in een land dat economisch gezien als welvarend wordt gezien. Die tegenstelling blijft wringen.
Meer huishoudens en veranderende groepen
Niet alleen het aantal mensen nam toe, ook het aantal huishoudens dat ondersteuning kreeg groeide. In 2025 ging het om 35.860 huishoudens, tegenover 32.558 een jaar eerder. Dat verschil lijkt misschien klein op papier, maar in de praktijk betekent het duizenden extra gezinnen die niet meer zelf kunnen voorzien in hun basisbehoeften.
Wat vooral opvalt, is dat de samenstelling van die groep aan het veranderen is. Waar vroeger vooral mensen zonder werk of met een uitkering bij de voedselbank aanklopten, gaat het nu steeds vaker om werkende armen. Denk aan zzp’ers met wisselende inkomsten, mensen met tijdelijke contracten en AOW’ers zonder aanvullend pensioen. Het idee dat werk altijd voldoende zekerheid biedt, blijkt in de praktijk dus niet altijd te kloppen.