Vakje I – Voorwas: Dit gebruik je alleen wanneer je kiest voor een programma mét voorwas. Het is bedoeld om hardnekkig vuil of zweetvlekken alvast los te weken. Hierin doe je een kleine hoeveelheid wasmiddel.
Vakje II – Hoofdwas: Dit is het belangrijkste vakje. Hierin gaat het wasmiddel voor de hoofdwas — het gedeelte dat het meeste werk doet. Dit vakje wordt bij vrijwel elk programma gebruikt, behalve als je vloeibaar wasmiddel of pods rechtstreeks in de trommel doet.
Vakje met bloemetje of sterretje – Wasverzachter: Dit laatste compartiment is optioneel en wordt pas tijdens de spoelcyclus gebruikt. De wasverzachter zorgt voor een zachte, frisse geur en minder statische elektriciteit in je kleding.
Dankzij deze verdeling weet de wasmachine precies op welk moment welk product moet worden toegevoegd. Zo komen de middelen niet te vroeg met elkaar in contact en werken ze optimaal.
Tips voor de perfecte was
Om het maximale uit je wasmachine te halen, is het belangrijk om niet te veel wasmiddel te gebruiken. Te veel schuim kan zich ophopen in de trommel en leidingen, waardoor nare geurtjes ontstaan.