De politieagent bukte zich en omhelsde zijn hulphond terwijl de dierenarts de laatste injectie voor hem klaarmaakte. Maar op het allerlaatste moment deed de hond iets waardoor iedereen in de kamer verstijfd van schrik achterbleef…
Er heerste die ochtend een zware stilte in de dierenkliniek. Zelfs het personeel probeerde fluisterend te spreken.
Agent Alex Voronov kwam de kamer binnen en hield zijn diensthond voorzichtig tegen zijn borst gedrukt. De Duitse herder, genaamd Rex, woog bijna veertig kilo, maar de man hield hem nu vast alsof het een kleine puppy was.
Ze hadden in hun acht jaar dienst al heel wat samen meegemaakt. Rex had geholpen bij de zoektocht naar vermiste personen in het bos, verboden middelen gevonden in magazijnen en meerdere keren deelgenomen aan gevaarlijke arrestaties.
Maar nu kon Rex zijn hoofd nauwelijks nog optillen. Zijn ademhaling was onregelmatig en soms bewogen zijn poten nauwelijks merkbaar.
Dokter Elena zat al te wachten bij de metalen onderzoekstafel. Ernaast stond een echografieapparaat. Twee agenten stonden zwijgend langs de muur.

Niemand durfde als eerste te spreken.
« Leg hem hier neer, » zei de dokter zachtjes.
Alex legde Rex voorzichtig op tafel, maar hij liet zijn hand niet van zijn nek los. Hij had allang elke beweging van deze hond uit zijn hoofd geleerd: hoe hij ademde, hoe hij reageerde op geuren, hoe hij zijn oren spitste als hij gevaar voelde.
Vandaag was de ademhaling anders. Veel te zwak.
De dokter bekeek de testresultaten even en zei toen zachtjes:
— We hebben herhaaldelijk onderzoek gedaan. De nieren functioneren bijna niet meer en er hoopt zich vocht op in de longen. Het lichaam is erg verzwakt.
Alex slaakte een diepe zucht.