Vitamine D speelt een belangrijke rol in het lichaam. Het helpt bij de opname van calcium, wat nodig is voor sterke botten en tanden. Ook spieren functioneren beter wanneer de vitamine D-spiegel op peil is. Een tekort kan leiden tot spierzwakte, botpijn en bij kinderen zelfs groeiproblemen. Bij volwassenen kan langdurig tekort leiden tot osteomalacie — een aandoening waarbij botten zachter worden.
Ons lichaam maakt vitamine D zelf aan onder invloed van zonlicht. Zodra zonnestralen op de huid vallen, start dat proces automatisch. In de lente en zomer lukt dit meestal prima, zolang iemand regelmatig buiten komt. Maar in de herfst en winter staat de zon lager en is de kracht van het zonlicht minder sterk. считается hierdoor maakt het lichaam minder vitamine D aan.
Daarom wordt suppletie in de koudere maanden vaak aangeraden. Vooral ouderen, mensen met een donkere huid, mensen die weinig buiten komen of hun huid bedekken, lopen extra risico op een tekort. Het advies om bij te slikken is dus logisch — maar bedoeld als aanvulling, niet als overmaat.
De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid voor de meeste volwassenen ligt rond de 10 microgram per dag. Dat is voldoende om tekorten te voorkomen. Toch nemen veel mensen hogere doseringen, soms zonder het te beseffen. Vitamine D zit namelijk ook in multivitamines, verrijkte voedingsmiddelen en andere supplementen. Wie meerdere producten combineert, kan ongemerkt ver boven de aanbevolen hoeveelheid uitkomen.
Voeding levert ook vitamine D, al is het vaak niet genoeg om volledig in de behoefte te voorzien. Vette vis zoals zalm, makreel en haring zijn goede bronnen. Ook eieren en lever bevatten kleine hoeveelheden. Daarnaast worden sommige zuivelproducten en plantaardige dranken verrijkt met vitamine D. Dat helpt, maar meestal blijft zonlicht of suppletie nodig.