De deelnemers noteerden wat zij aten, hoeveel en van welk merk. Ook gaven zij informatie over hun leefstijl. Zo ontstond een uitgebreid beeld van hun dagelijkse voeding.
Voor deze analyses werden meer dan honderdduizend mensen gevolgd. Aan het begin van het onderzoek had niemand kanker of diabetes. Dat maakte het mogelijk om nieuwe ziektegevallen goed te volgen.
Tijdens de onderzoeksperiode kregen duizenden deelnemers alsnog een diagnose. Dat bood onderzoekers de kans om verbanden te leggen tussen voeding en ziekte.
Kanker en diabetes type 2
In de loop der jaren kregen meer dan vierduizend deelnemers kanker. Daarnaast ontwikkelden anderen diabetes type 2. De onderzoekers bekeken welke voedingsstoffen vaker voorkwamen bij deze mensen.
Daarbij viel op dat sommige conserveermiddelen vaker werden gegeten door deelnemers die ziek werden. Het ging niet om alle additieven, maar om specifieke stoffen.
Vooral bij een hogere inname van bepaalde conserveermiddelen werd een verhoogd risico gezien. Dat gold zowel voor kanker als voor diabetes type 2.
Het gaat hier om statistische verbanden. Dat betekent dat er een samenhang is, maar geen bewijs voor directe oorzaak.
Toch zijn de bevindingen opvallend. Het is één van de eerste keren dat deze stoffen zo uitgebreid zijn onderzocht over een lange periode.