Ik bleef zitten.
Mijn handen trilden onder tafel, maar mijn gezicht bleef rustig.
Eduard keek naar mij.
Niet om toestemming te vragen.
Meer om te bevestigen:
Je hoeft niet op te staan.
Wij doen dit netjes.
De advocaat vervolgde:
“Wij hebben bewijs dat de handtekening van mevrouw De Jong op verkoopdocumenten van de woning aan de Lijsterlaan is vervalst. De opbrengst is deels gebruikt om persoonlijke schulden van meneer De Jong af te lossen.”
Marcelo lachte hard.
Veel te hard.
“Belachelijk. Sofia weet niet eens wat ze tekent. Ze is altijd al slecht geweest met administratie.”
Daar was hij.
De man achter het nette pak.
De man die mij jarenlang had laten twijfelen aan mijn eigen geheugen.
Deze keer hoefde ik mezelf niet te verdedigen.
De man met de aktetas haalde documenten tevoorschijn.
“De oorspronkelijke notaris heeft verklaard dat mevrouw De Jong nooit fysiek aanwezig is geweest bij de ondertekening,” zei hij. “Daarnaast is de bankrekening waarop de opbrengst werd gestort inmiddels gelinkt aan meerdere onregelmatige betalingen.”
Eduard stapte naar voren.
“En aangezien een van mijn holdings destijds betrokken was bij de financiering van de doorverkoop, heb ik alle relevante stukken laten opvragen.”
Zijn blik ging naar Marcelo.
“Je had beter moeten controleren wie uiteindelijk eigenaar werd van je leugen.”
Marcelo’s gezicht werd asgrauw.
Daar was het.
Niet woede.
Niet arrogantie.
Angst.
Zijn familie begon te fluisteren.
Maar dit keer niet over mij.
Over hem.
Zijn tante sloeg een hand voor haar mond.
Zijn neef, de bruidegom, keek alsof hij Marcelo ter plekke uit zijn eigen foto’s wilde knippen.
Patricia deed een stap achteruit.
“Marcelo,” zei ze scherp. “Wat is dit?”
“Niet nu,” siste hij.
Ze lachte ongelovig.
“Niet nu? Je laat een advocaat binnenkomen tijdens een bruiloft en zegt niet nu?”
“Dit is haar schuld,” riep hij plotseling, wijzend naar mij. “Ze wilde mij altijd kapotmaken.”
Voor het eerst stond ik op.
De zaal werd nog stiller.
Mijn stem was niet luid.
Maar hij droeg.
“Nee, Marcelo. Ik wilde alleen mijn kinderen grootbrengen in vrede. Jij was degene die van vernedering een hobby maakte.”
Zijn ogen flitsten.