Maar goed.
Ik slaap.
Ik werk.
Ik lach weer zonder meteen over mijn schouder te kijken.
Bij mijn voordeur staat nu geen grote pot meer.
Alleen een kleine bank en een lantaarn.
Licht in plaats van grond waarin iemand iets kan verstoppen.
Elke ochtend als ik die lantaarn zie, denk ik:
Dit is mijn huis.
Mijn leven.
Mijn deur.
Niet iedereen mag er zomaar energie achterlaten.
Als jij dit leest en iets in mijn verhaal herkent, zeg ik niet dat je bang moet worden.
Angst helpt niemand.
Maar negeer jezelf niet.
Luister naar je lichaam.
Naar je huis.
Naar je intuïtie wanneer die zacht maar aanhoudend zegt:
Er klopt iets niet.
Ga naar een dokter.
Zoek praktische hulp.
Praat met iemand die je vertrouwt.
Maak je omgeving veilig.
En ja, bescherm ook dat deel van jezelf dat voelt voordat je bewijs hebt.
Want soms is het eerste teken van gevaar geen harde klap.
Maar een glimlach die de ogen nooit bereikt.
Zorg goed voor jezelf.
Voor je huis.
Voor de mensen die echt blij zijn wanneer jij groeit.
En voor je rust.
Want rust is geen klein ding.
Rust is bescherming.
En als iemand probeert die van je af te pakken, mag je hem terugnemen.
Met heel mijn hart.