De klikklak was geen duur cadeau en geen technisch hoogstandje. Toch wist het een generatie kinderen bezig te houden. Dat zegt veel over de kracht van eenvoudig speelgoed.
Soms hoeft iets niet ingewikkeld te zijn om indruk te maken. Een herkenbaar geluid, een klein beetje uitdaging en de mogelijkheid om jezelf te verbeteren kunnen genoeg zijn.
Andere namen en varianten
In verschillende landen en regio’s had het speeltje andere namen. Soms werd het clackers genoemd, soms klik-klak, soms klikkers of klakballen. De vorm bleef meestal hetzelfde: twee harde ballen aan een koord, bedoeld om tegen elkaar te slaan.
Er verschenen verschillende kleuren, maten en materialen. Sommige varianten waren transparant, andere felgekleurd. Maar het principe bleef altijd hetzelfde.
Waarom leraren er niet altijd blij mee waren
Op schoolpleinen was het speelgoed geliefd, maar in klaslokalen minder. Het geluid was hard en afleidend. Kinderen namen het speeltje mee naar binnen, probeerden het stiekem onder tafel of haalden het tijdens de pauze net iets te enthousiast tevoorschijn.
Voor leraren was de klikklak vaak een bron van overlast.
Het maakte lawaai.
Het leidde af.
Het kon pijn doen.
Het kon kapotgaan.
Het zorgde voor ruzie of wedstrijdjes op ongewenste momenten.
Daarom werd het op sommige scholen tijdelijk verboden of ingenomen tot het einde van de dag.
Wat de klikklak ons vertelt over speelgoedrages
De klikklak laat goed zien hoe speelgoedrages werken. Een simpel product kan plotseling enorm populair worden wanneer het aan een paar voorwaarden voldoet.
Het moet zichtbaar zijn.
Het moet makkelijk te begrijpen zijn.
Het moet betaalbaar zijn.
Het moet uitdaging bieden.
Het moet anderen nieuwsgierig maken.
Het moet een vorm van competitie mogelijk maken.
De klikklak had al die eigenschappen. Daarom kon het zo snel uitgroeien tot een hype.