Wie is opgegroeid in de jaren zestig of zeventig, herinnert zich waarschijnlijk nog dat bijzondere geluid dat overal te horen was: klik-klak, klik-klak, klik-klak. Op straat, op schoolpleinen, bij speeltuinen en soms zelfs in de woonkamer. Het kwam van een simpel speelgoedje dat uit niet meer bestond dan twee harde kunststof ballen aan een koordje. Toch wist het miljoenen kinderen te fascineren.
De klikklak was eenvoudig, goedkoop en verslavend moeilijk om goed onder de knie te krijgen. Het leek op het eerste gezicht kinderspel, maar wie het probeerde, merkte al snel dat timing, ritme en concentratie belangrijk waren. Had je de beweging eenmaal te pakken, dan wilde je steeds sneller, langer en beter worden.
Voor veel mensen die vóór 1970 zijn geboren, roept de klikklak direct herinneringen op aan een tijd waarin speelgoed geen scherm, batterij of handleiding nodig had. Een stukje koord, twee bollen en een beetje behendigheid waren genoeg om een hele middag bezig te zijn.
Wat was de klikklak precies?
De klikklak, soms ook geschreven als klik-klak, was een behendigheidsspeeltje dat bestond uit twee harde ballen die met een koord aan elkaar verbonden waren. In het midden zat meestal een klein handvat of ringetje dat je tussen duim en wijsvinger vasthield.
Door je hand op en neer te bewegen, slingerden de twee ballen heen en weer. Wanneer je het goed deed, botsten ze boven en onder je hand tegen elkaar. Dat leverde het kenmerkende harde klikklakgeluid op.
Het speelgoed was eenvoudig van vorm, maar lastig om perfect te beheersen. De kunst was om de beweging zo gelijkmatig te maken dat de ballen steeds in hetzelfde ritme bleven botsen.
Hoe werkte het?
Het principe was simpel.
Je hield het middenstuk vast tussen duim en wijsvinger. Daarna gaf je de ballen een eerste beweging met je pols. Door je hand in een vast ritme op en neer te bewegen, begonnen de ballen boven en onder je hand tegen elkaar te tikken.
Bij beginners ging het vaak mis. De ballen sloegen tegen de polsen, vingers of knokkels. Dat kon behoorlijk pijn doen, want de kunststof bollen waren hard. Wie bleef oefenen, leerde echter het ritme beter aanvoelen.
Het ging vooral om:
- timing;
- snelheid;
- controle;
- hand-oogcoördinatie;
- geduld;
- een vaste polsbeweging.
Hoe beter je werd, hoe sneller de ballen tegen elkaar sloegen.