De moed van een moeder: Geboren met jou

Advertisement

‘Mama, waarom staren ze altijd naar mij?’ De stem van Yassine kraakt net niet, maar zijn vraag prikt als een naald in mijn borst. Ik kniel neer zodat ik op ooghoogte met hem kom en kijk hem recht aan. De moedervlek die zich half over zijn lieve gezichtje plooit, wordt donkerder als hij zich schaamt. ‘Omdat je uniek bent, schat,’ zeg ik zacht. Maar we weten beiden dat het niet alleen nieuwsgierigheid is die mensen drijft, het is ook onbegrip, soms afkeer. Mijn moeder zei altijd dat mensen in Vlaanderen hun vooroordelen netjes verpakken, maar je voelt ze in alles.

Advertisement

Yassine is pas zeven, maar ik zie zijn schouders nu al zwaarder hangen dan die van kinderen op zijn school. Hij haat zwemmen, want in het Gentse zwembad durven ouders hun kinderen wegtrekken als hij in het water duikt. Op de speelplaats hoor ik gefluister: ‘Heb je dat gezien? Wat heeft hij?’ Mijn schoonzus Fatima probeert goedbedoeld te troosten: ‘In Marokko zijn ze nog erger, Samira. Hier went dat misschien met de tijd.’

Maar wenen doet Yassine alleen bij mij. ‘Waarom heeft de juf tegen die andere mama gezegd dat ik speciaal ben? Wil niemand bij mij zitten?’ Zijn woorden komen als bliksemslagen binnen. Als alleenstaande moeder, gescheiden sinds mijn man Abdel na de geboorte vertrok – hij kon niet omgaan met de blikken van de familie, geloof ik nu – heb ik het gevoel dat ik met elk antwoord faal. Mijn eigen vader, Hassan, zegt dat ik te veel bescherm en moet laten loslaten. ‘Laat hem maar botsen, Samira. Op een dag is hij sterker dan zij allemaal.’ Maar hoe zeg je tegen je kind dat hij zichzelf moet bewijzen in een wereld die hem niet ziet zoals hij is?

Scroll to Top