Het begon met kleine dingen. Sarah, geboren en getogen in Mechelen, groeide op in een stil gezin waar complimenten als zeldzame bloemen waren. Ze lachte beleefd toen ik haar een dure geschenkdoos pralines gaf voor haar dertigste verjaardag. Ze liet haar jas altijd in de gang hangen, een teken misschien dat ze niet van plan was te blijven. Maar ik negeerde de signalen. Zoals altijd in Vlaanderen, zetten we een stoïcijns gezicht op en herhalen: ‘ça va, hè.’
‘Mama, laat Sarah even,’ fluistert Tom terwijl hij een poging doet om met zijn vork in de droge quiche te prikken. Maar het is alsof hij water naar de zee draagt. De spanning tussen ons twee voel je door het hele huis. Mijn kleindochter Emma zit in een hoekje te tekenen, haar potlood zweeft boven het papier terwijl ze van haar moeder naar mij kijkt. Het doet pijn haar zo’n gespannen spiegel te bieden.
De dag vordert met stiltes en kleine steken. Tijdens de lunch probeer ik een gesprek te starten over haar werk. ‘En, Sarah, nog druk in de apotheek?’ Maar ze reageert nauwelijks, mompelt iets over een nieuw computersysteem en duikt meteen in haar smartphone. Ik voel schaamte opkomen over mijn domme, opdringerige vragen, maar vind tegelijk dat beleefdheid niet dwingend moet zijn.
Mijn zus Ine vraagt zacht: ‘Gaat het wel goed met u?’ Ze heeft het gezien, natuurlijk. De hele familie ruikt drama op tien meter afstand. ‘Wie heeft er zin in taart?’ breek ik het gesprek. Niemand reageert. Emma zucht luid. ‘Mag ik tv kijken?’ Haar vraag voelt als een uitvlucht, zelfs het kind wil ontsnappen.
‘s Avonds, na de koffie, loop ik even buiten om af te koelen. De regen is gestopt en de dennen ruiken naar jeugdherinneringen. Ik hoor stemmen binnen – Sarah en Tom. Door het raam vang ik flarden op: ‘…uw moeder doet zo raar…’ en ‘ge moet wat meer proberen, zij bedoelt het goed…’ Ik besef hoe machteloos Tom zich voelt, gespleten tussen zijn vrouw en zijn moeder. Is dit wat ik gewild heb? Ben ik de reden dat mijn zoon niet gelukkig is?