Bas keek naar de envelop alsof hij gevaarlijk was.
“Een partnerschap?” herhaalde hij.
Alexander knikte.
“Mijn stichting start een renovatieprogramma voor oude woningen van alleenstaande ouders, ouderen en mensen die door de gewone markt steeds worden weggeduwd. We hebben aannemers gesproken. Grote namen. Mooie presentaties. Hoge offertes.”
Hij keek naar Bas’ werkschoenen.
“Maar niemand begreep wat een huis betekent zoals u dat begrijpt.”
Bas zweeg.
Marit lachte kort, maar het geluid kwam er te scherp uit.
“Sorry, maar dit is toch een beetje overdreven? Bas is geen directeur. Hij heeft niet eens een groot bedrijf.”
“Klopt,” zei Alexander. “Hij heeft iets beters.”
Floris snoof.
“En wat mag dat zijn?”
“Vertrouwen.”
Dat ene woord liet Floris even knipperen.
Alexander draaide zich iets naar de groep ouders, alsof hij niet alleen tegen Bas sprak.
“Mijn moeder heeft de afgelopen jaren meerdere aannemers over de vloer gehad. Ze rekenden voorrijkosten, inspectiekosten, extra kosten, spoedkosten. En bijna niemand luisterde naar wat zij eigenlijk nodig had. Ze wilden haar huis vernieuwen. Bas wilde haar leven makkelijker maken.”
Bas keek naar de grond.
Hij had geen idee waar hij met zijn handen heen moest.
Sophie pakte zijn vingers vast.
“Papa helpt mensen,” zei ze zacht.
Alexander glimlachte naar haar.
“Dat weet ik.”
Toen keek hij weer naar Bas.
“Mijn moeder belde me na haar verjaardag. Ze zat in de serre die u had afgemaakt. Ze zei: ‘Die man heeft niet alleen hout en glas gerepareerd. Hij heeft mij mijn ochtend teruggegeven.’”
Bas’ keel trok dicht.